Thuisgeleverd binnen 1 tot 3 werkdagen Gratis verzending vanaf € 49 (tot 59 kg)* Gratis retourneren Ophalen in > 200 winkels

Aardappelen kweken van A tot Z

Met aardappelen maak je de lekkerste gerechten: frietjes, puree, kroketten, krieltjes in de schil of een eenvoudig gekookte versie. Keuze genoeg! En aardappelen uit eigen tuin smaken het allerbest! Gelukkig is aardappelen kweken heel eenvoudig. Met de juiste voorbereiding en enkele handige tips geniet jij binnenkort van een flinke aardappeloogst.

Experimenteer met verschillende aardappelvariëteiten

Er bestaat een uitgebreid gamma aan aardappelen. Experimenteer naar hartenlust met verschillende soorten aardappelen en ontdek welke jij de lekkerste vindt.

Onze aanraders aardappelen:

Voor elke dag

Voor puree

Voor gratin

Voor frietjes

Charlotte

Bintje

Rode eersteling

Première

Naast de traditionele rassen vind je bij Aveve ook aardappelsoorten voor fijnproevers. Laat je verleiden door de bijzondere smaken van soorten zoals Belle de Fontenay, Vitelotte en Topinambour.

Afbeelding van verschillende aardappelsoorten samen op een tafel - Aveve

Aardappelen kweken in volle grond

Vroege aardappelen plant je al vanaf maart in volle grond. Om een mooie oogst te verzekeren ga je stap voor stap te werk.

Aardappelen poten in je moestuin of serre doe je zo:

Stap 1: Plantaardappelen voorkiemen

Laat de plantaardappelen eerst voorkiemen in een eierdoosje of in een houten kistje voor je ze in de grond steekt. Uit de plantaardappelen groeien stevige en korte kiemen. Zo halen je aardappelen een groeivoorsprong van wel 2 weken.

  • Zet het doosje op een koele plaats, rond de 10°C.
  • Een plekje met veel natuurlijk licht doet ze deugd, vermijd direct zonlicht.
  • Knollen die niet kiemen gooi je weg. Zo vermijd je schimmels en virussen.
  • Aardappelen met kiemen van 1 à 2 cm zijn al bruikbaar om te poten.

Stap 2: Grond voorbereiden

De grond voor je aardappelen voorbereiden zorgt voor een nette en gezonde voedingsbodem. Zo geef je je plantjes de beste kans op succes.

Afbeelding van patatten met kiemen - Aveve

Stap 3: Aardappelen poten

Wanneer je grond goed is voorbereid ga je je aardappelen poten.

  • Maak groeven in de grond of maak plantgaten van 5 cm diep.
  • Hou een afstand van 30 à 40 cm tussen de plantgaten.
  • Plant je aardappelen netjes op een rij. Maak eventueel gebruik van een koord. In luchtige potgrond maak je de plantgaten best wat dieper, tot 10 cm. Plant net zo diep als de knol groot is. Zorg dat de kiemen ook onder de grond zitten.
  • Leg in elk gat 1 plantaardappel. Stop de aardappelen onder met grond zonder de aarde aan te drukken.
  • De ideale afstand tussen de rijen is 60 à 70 cm.
  • Bedek je aardappelen eventueel met een vlies- of vriesdoek en stro, als bescherming tegen nachtvorst.

Afbeelding van een plantenrij met aardappelpoten - Aveve

Stap 4: Aardappelen aanaarden

Je planten gaan nu beginnen groeien. Van tijd tot tijd voeg je extra aarde toe om je aardappelen te bedekken. Dit noemt men “aanaarden.”

  • Zodra de stengels 15 cm boven de grond uitkomen hoog je de rijen op met aarde.
  • Hoog de grond aan iedere plantrij 15 cm op. Door de jonge scheuten te bedekken met aarde stimuleer je de planten tot het vormen van ondergrondse wortels en knollen.
  • Na 4 weken hoog je de aarde weer op met ongeveer 20 cm.
  • Herhaal nog een keer na een 3 à 4 weken.
  • Voeg bij het aanaarden wat extra kalium toe. Kalium helpt de structuur van de cellen in je plant. Je planten worden er lekker stevig van.

Door je knollen goed te bedekken met aarde bescherm je ze tegen de zon. Knollen die zonlicht te zien krijgen worden immers sneller groen.

Stap 5: Planten onderhouden

Aardappelplantjes hebben niet veel nodig om goed te groeien.

  • Geef je planten regelmatig water. Hou de grond steeds licht vochtig.
  • Goed water geven spoelt ook overtollig zout weg. Je aardappelplanten gedijen het best in grond met een laag zoutgehalte.
  • Aardappelen zijn gulzige planten. Geef ze de juiste bemesting. Aveve meststof voor groenten en fruit heeft de ideale samenstelling voor een goede oogst.
  • Aardappelziekte? Behandel je planten met Edialux Proxanil Garden of met Protect Garden Matix. Volg altijd goed de instructies als je gewasbeschermingsmiddelen gebruikt of vraag raad aan een medewerker bij Aveve.

Stap 6: Aardappelen rooien

Aardappelen rooien is een makkelijk klusje. Zo oogst je je aardappelen:

  • Oogst wanneer de stengels boven de grond uitgedroogd zijn.
  • Duw de aarde onder de plant omhoog met een riek. Probeer hierbij de aardappelen niet te schaden.
  • Laat de aardappelen even liggen om te drogen.

Afbeelding van aardappelplantjes die water krijgen - Aveve

Wanneer aardappelen planten?

Wanneer start je met aardappelen? Vanaf half februari liggen de eerste pootaardappelen in onze Aveve-winkels. Plant vroege aardappelen vanaf maart in rijen in je moestuin of serre. Bescherm ze wel met een gronddoek of met stro tegen vorst. Half vroege en late soorten plant je in april of mei.


Spreid je oogst met vroege en late aardappelen

Je oogst spreiden is heel eenvoudig. Plant zowel vroege, half vroege, half late en late aardappelsoorten.

  • Een vroeg ras oogst je al na 90 à 100 dagen.
  • Een laat ras oogst je na 150 à 180 dagen.

Door verschillende soorten aardappelen te kweken spreid je je oogstperiode van juni tot oktober. Een leuk weetje: Vroege aardappelen zijn minder vatbaar voor de aardappelziekte omdat je ze sneller oogst.

Kan je ook aardappelen kweken in de winter?

Je kan ook aardappelen in de herfst planten en in de winter kweken.

Winteraardappelen...

  • kiemen en groeien sneller.
  • kunnen dus sneller geoogst worden.
  • zijn minder vatbaar voor ziektes.
  • die overwinteren in de grond groeien sterke scheuten.

Let wel op met aardappelen kweken in de winter. Want een periode met stevige vorst dood al je aardappelpoten. Bescherm je planten met stro of kweek je planten in een kweekzak of plantenbak op een tafel in een serre.

Afbeelding van verschillende aardappelsoorten - Aveve

Aardappelen rooien

Aardappelen rooien is een heel simpel klusje. We zetten nog eens even alles voor je op een rij. Er bestaan verschillende aardappelrassen, dus ook de oogsttijd is verschillend per soort.

Enkele tips voor het rooien van aardappelen:

  • Bij aardappelen die klaar zijn om te oogsten wordt het loof geel en sterft binnen enkele weken af.
  • Stop 2 weken met water geven.
  • Rooi eerst 1 plant om te kijken of je aardappelen volgroeid zijn.
  • Zijn je aardappelen volgroeid? Dan oogst je ook je andere planten.
  • Zijn je planten te klein? Dan laat je ze nog een tijdje langer onder de grond zitten.

Wanneer aardappelen rooien?

Zoals je nu al weet bestaan er vroege, half vroege, half late en late aardappelsoorten.

  • Een vroeg ras oogst je na 90 à 100 dagen.
  • Een laat ras tussen de 150 à 180 dagen.

Hoeveel aardappelen mag je verwachten? Wel, vroege rassen brengen ongeveer 1 kilo aardappelen per plant op. Late rassen doen het met 1,5 tot 2 kg per plant meestal nog net iets beter.

  • Vroege rassen oogst je van juni tot augustus.
  • Half vroege rassen van augustus tot september.
  • Half late rassen van eind augustus tot eind september.
  • Late rassen van eind september tot half oktober.

Lekker vroege aardappeltjes eten? Dat kan natuurlijk ook. Jonge aardappeltjes zijn een echt koningsmaal. Oogst de eerste aardappelen al na 10 à 11 weken. De bladeren van je plant zijn nu nog groen en de aardappeltjes nog heel klein. Maar ze zijn al wel erg lekker!

  • Schrap de schil af onder de kraan. De schil is nu nog heel dun.
  • Je kan de schil ook aan de krieltjes laten. Ze zit boordevol vezels en ze zorgt ervoor dat je geen oplosbare vitamines uit de aardappel kookt. Je borstelt de schil gewoon even schoon voor je begint met koken of bakken.

Afbeelding van jonge aardappeltjes - Aveve

Hoe aardappelen rooien?

Aardappelen rooi je met een speciale aardappelriek. Deze is iets kleiner en korter dan een gewone riek.

  • Steek de riek onder de plant en duw de volledige plant met 1 beweging omhoog. Zorg dat je niet in de aardappelen prikt.
  • Schud het zand uit de gerooide plant.
  • Zorg dat alle aardappelen uit de grond zijn. Aardappelen die in de grond blijven zitten groeien anders in de winter verder en brengen je hele teeltrotatie in de war. Ze zijn ook vatbaar voor de aardappelziekte en die brengen ze over op je andere aardappelen en tomaten.
  • Laat je aardappelen even drogen.
  • Rooi de laatste aardappelen altijd voor de vorst.

Aardappelen rooien in een pot of kweekzak doe je gewoon met je handen.


Zo kan je langer aardappelen oogsten

Heb je de smaak van aardappelen kweken te pakken? Probeer dan de oogstperiode te verlengen en de hoeveelheid aardappelen in te schatten.

Ieder aardappelras heeft zijn eigen groeiperiode. Je hebt vroege, half vroege, half late en late soorten. Kweek vroege en late rassen en geniet zo langer van aardappelen op je bord.

Aardappelen bewaren

Aardappelen kan je lang bewaren, wel enkele maanden. Je kan tot februari of maart van je oogst eten. Nadien gaat de smaak erop achteruit.

  • Hou je patatten bij in een jutezak, kistje of krat.
  • Leg je aardappelen op een donkere, koele en droge plek. Op een lichte en warme plaats gaan aardappelen scheuten vormen en verschrompelt de schil.
  • Bescherm ze tegen nattigheid en vorst. Hierdoor gaan je piepers rotten. Steek je aardappelen in een kistje met jutezakken om ze tegen vorst te beschermen. Of zet ze in huis in een donkere kast.
  • In januari vormen je aardappelen nieuwe scheuten. Verwijder scheuten zo snel mogelijk om je aardappelen lekker te houden.

Afbeelding van aardappelen in een kistje - Aveve

4 tips voor een goede aardappeloogst

Nog enkele tips om je aardappeloogst succesvol te maken:


1. Gebruik pootaardappelen

Aardappelen gekweekt voor consumptie zijn vaak behandeld met kiemremmers. Zo heb je langer de tijd om je aardappelen op te eten voor ze kiemen. Maar dit maakt ze natuurlijk minder geschikt om aardappelen mee te kweken.

  • Om zelf succesvol aardappelen te kweken gebruik je best pootaardappelen.
  • Deze aardappelen zijn niet behandeld met kiemremmers. Ze kiemen heel gemakkelijk en geven je dus veel meer kans op een goede oogst.
  • Bovendien is de kans op bodemziektes kleiner als je pootaardappelen gebruikt.

2. Onderhoud je aardappelen

Vanaf de eerste blaadjes aan je aardappelplantjes verschijnen geef je Aveve meststof voor groenten en fruit. Geef 40 à 50 gram meststof per plantje. Let goed op dat je de juiste meststof gebruikt. Foute meststoffen zorgen voor veel lof, maar weinig aardappelen. Ook de fameuze aardappelplaag werk je in de hand door verkeerde meststof te geven.

Bescherm je aardappelplanten tegen de aardappelplaag (Phytophthora) met Cuprex Garden. Het is een 100 % biologisch product waar je ook andere planten en bomen mee kan helpen. Vraag raad aan een medewerker van Aveve over jouw persoonlijke situatie. Zodra de aardappelplaag de kop opsteekt rooi je het hele veld.

3. Doe aan teeltrotatie

Teeltrotatie is nodig om de bodem gezond te houden en problemen in de moestuin te voorkomen. De aardappel is heel gevoelig aan de aardappelplaag. Om je grond gezond te houden teel je best geen 2 x aardappelen na elkaar in dezelfde grond. Zo verlaag je de kans op ziektes zoals de gevreesde aardappelplaag.

De aardappelplaag tast je aardappelen aan. Het loof van de planten wordt zwart en je aardappelen worden bruin en oneetbaar. Soms zijn je planten maar een heel klein beetje aangetast. Dan kan het zijn dat je de plaag over het hoofd ziet. Maar de ziektekiemen overleven wel in de grond. Daarom wacht je best 3 jaar alvorens je weer in dezelfde grond aardappelen plaatst.

  • Plant je aardappelen in grond waar je voordien wortelen teelde.
  • Na je aardappeloogst is je grond een goede bodem voor bijvoorbeeld peulgewassen.

Afbeelding van gehandschoende handen die aardappelen vast houden - Aveve

4. Goede en slechte buren voor je aardappelen

Planten scheiden geuren en stoffen af die ongedierte aantrekken. Om je planten zo goed mogelijk te beschermen zet je ze naast aangename buren. Zet planten naast elkaar die het goed met elkaar kunnen vinden. Zo geef je nuttige insecten de kans om hun werk te doen en vermijd je schadelijke insecten.

  • Goede buren voor je aardappelplantjes zijn: spinazie, spruiten, koolsoorten, peulvruchten, maïs en munt.
  • Slechte buren voor je aardappelplantjes zijn: tomaten, selder en bieten.

Kan je ook zoete aardappel kweken?

Zoete aardappel is een heel lekker alternatief voor de gewone aardappel. Het is ook een hele gezonde en voedzame groente. Een echte aanrader om wat variatie in je weekmenu te brengen.

Zoete aardappel kweken doe je zo:

  • Zet de knol voor 1/3 onder water in een glazen pot.
  • Laat de knol kiemen.
  • Een knol met enkele wortels aan plant je in volle, luchtige grond. Een plekje met halfschaduw is ideaal.
  • Geef je planten af en toe veel water. Laat de grond een klein beetje uitdrogen tussen gietbeurten in. Dat stimuleert de wortelgroei.
  • De zoete aardappel houdt van een warm klimaat. Je kan in de lente al zoete aardappel kweken in je serre. In de moestuin wacht je best tot eind mei.
  • Na 90 à 120 dagen zijn je zoete aardappelen gerijpt.
  • Oogst je zoete aardappelen wanneer het loof van de planten geel wordt.
  • Graaf je knollen uit met de hand.

Na het oogsten leg je zoete aardappelen 2 weken op een warme plaats (boven 20°C). De patatten mogen elkaar niet aanraken. Nadien gebruik je gekneusde aardappelen meteen. Onbeschadigde zoete aardappelen bewaar je nu op een donkere, koele plaats.

Afbeelding een zoete aardappel met kiemen in een glazen pot - Aveve

Met al deze tips ben jij een echte aardappelexpert. Je eigen aardappelen kweken is nu een koud kunstje. Ook andere groenten zijn makkelijk te zaaien en te planten. Geniet ieder jaar weer van heerlijke aardappelen en andere groenten uit eigen tuin. Smakelijk!

Onze medewerkers staan steeds voor jou klaar in de winkel met gericht advies. Je vindt er alles wat je nodig hebt voor je dieren, de tuin en om heerlijke lekkernijen op tafel te toveren.

Vind een winkel in je buurt